Contact

Het Jonge Schaap
Kalverringdijk 31a
1509 BT Zaandam
Zaanse Schans

E-mail
(+31) (0)75 6401377

Openingstijden

Dagelijks geopend: 09.30-16.30 uur

Gesloten: Eerste Kerstdag en Koningsdag

Molens bestaan al zo'n 6000 jaar. Windmolens zijn daarentegen een redelijk recente uitvinding. Door wind aangedreven houtzaagmolens konden pas ontstaan na de uitvinding van de krukas in 1592. Sinds die tijd hebben er zo'n 600 houtzaagmolens in de Zaanstreek gestaan. Het Jonge Schaap is een schitterend werkend voorbeeld van de molens die aan de basis van de Gouden Eeuw hebben gestaan.

Windmolens zijn een redelijk recente uitvinding. Het is nog steeds een onderwerp van discussie, maar algemeen wordt aangenomen dat de eerste windmolens rond 950 na Christus gebouwd werden in Perzië, het huidige Iran. Vroegere beschavingen (Grieken, Chinezen, Romeinen, Babyloniërs, Egyptenaren, etc.) kenden wel molens maar dat waren watermolens of molens die werden aangedreven door spierkracht van mens of dier. De Perzen bouwden een molen met een verticale as, gericht op de overheersende windrichting ter plaatse. Dit type molen werd tot ongeveer 1970 nog gebruikt in het huidige Iran.

Het idee van de windmolen werd, mogelijk meegenomen door de kruisvaarders, in de late Middeleeuwen steeds vaker toegepast in Europa. Daar werd de as horizontaal geplaatst en kreeg de molen min of meer de vorm zoals we die nu kennen. Bekend zijn de molens in Griekenland en in Spanje (Don Quichote): stenen molens met soms wel twaalf wieken.

 

Verder noordelijk werden (koren)molens gebouwd op de stadswallen en muren. Ook deze molens waren afhankelijk van een enkele windrichting en onbruikbaar in bijvoorbeeld Nederland. Er was dus een uitvinding nodig zodat de wieken op de wind gedraaid konden worden. De standerdmolen was die uitvinding. Ook bekend als standaard- of staakmolen werd deze molen in de 12e eeuw buiten het hedendaagse Nederland ontwikkeld. In de loop van de 13e eeuw werd dit type ook in Nederland gebruikt. De standerdmolen is in zijn geheel draaibaar om een centrale spil.

In 1596 werd de krukas voor het eerst gebruikt in een molen. Hierdoor kon de ronddraaiende beweging van de wieken omgezet worden in de een op en neer gaande beweging die nodig is voor bijvoorbeeld het houtzagen. Voor die tijd waren er natuurlijk al molens die werden gebruikt voor malen en pompen.

Het Jonge Schaap, een houtzaagmolen van het type bovenkruier, werd in 1680 gebouwd en was in bedrijf tot 1935. Onder invloed van stoomzagerijen werd hij overbodig en een reddingsplan mislukte door het uitbreken van WO II. Hij werd gesloopt echter pas nadat hij eind jaren '30 volledig ingemeten en getekend werd door architect Anton Sipman.


De molen was van de familie Schaep. Die familie had meerdere molens waarvan Het Jonge Schaap (vroeger ook wel het Grote Schaap genoemd of 't Skaepie) de laatste aanwinst was. De familie Schaep was actief in de nieuwe industrie van houtzagen en had eerder al houtzaagmolens die Het Witte Schaap en Het Zwarte Schaap heetten. Na de bouw van het Jonge Schaap (ofwel het Grote Schaap) werd de oudere molen Het Witte Schaap gedegradeerd tot Het Kleine Schaap.

Met de uitvinding van de krukas in 1592 door Cornelis Cormelisz. van Uitgeest werd het mogelijk om behalve te malen ook te hakken, stampen en zagen.

 

De Zaanstreek ontwikkelde zich vanaf ongeveer 1600 tot een zeer belangrijk industriegebied. Windmolens in alle soorten en maten produceerden onder andere hout, olie, papier, meel en verf. Er werd gezaagd, gepeld, gemalen, gevold, geklopt en gestampt. Anderhalve eeuw lang stonden er vele honderden molens in de Zaanstreek. Na 1750 kwam er, met het dalen van de welvaart in Nederland, een eind aan de glorietijd van de windmolen.